Van stoomlocomotief tot kunst
juni 2026
Boven een metershoge hoepelrok uit, steekt het lijf van een vrolijk wenkende dame. Ze beduidt ons naderbij te komen en binnen te gaan. We zijn op weg naar de Open Domijn dag aan de Bloemendalerweg te Weesp. Niet via de hoofdingang, maar langs een bospad (‘Beeldenroute’) waar verscheidene planten en bomen van een naambordje zijn voorzien en enkele kunstwerken in het groen zijn geplaatst, worden we het terrein op geleid. Het is gezellig druk. Er klinkt muziek en even verder gelach. Daar wordt een theatervoorstelling gegeven. We gaan zitten bij een van de loodsen met een warme glühwein. Tegenover een stokoude, versierde toerbus. Als we verder over het terrein dwalen, zien we allerlei kunstwerken, kleine voorstellingen en eet- en drankkraampjes. Het is een feestelijke middag!
Sinds 1989 is dit terrein in handen van een collectief. Het werd gekraakt en na jaren van juridisch en politiek gesteggel, worden ze erfpachters van het Rijk, die, zoals ze zelf zeggen: ´Geen pandjes- of grondmelkers willen zien of zijn.´
Er is een veertigtal creatieve beroepen gevestigd. Zoals daar zijn: beeldende kunst, fotografie, theater (o.a. het Electric Circus met allerlei mechanische figuren, ik zag ze ooit in Frankrijk en het is heel bijzonder) literatuur, decorbouw, meubeldesign en uitvoering, metaalbewerking, architectuur en muziek. Er wordt van alles georganiseerd en af en toe worden er ook cursussen gegeven. Schoolklassen zijn welkom om kennis te maken met de diverse ambachten.
Wat heeft dit alles met de geschiedenis van Driemond te maken? Wel: in de voormalige gemeente Weesperkarspel, waar Driemond deel van uitmaakte, daar waar het Merwedekanaal (later Amsterdam-Rijnkanaal) en de spoorbrug een scherpe hoek maken, kocht in 1917 het bedrijf Ducroo en Brauns een stuk grond en bouwde er een fabriek voor stoomlocomotieven op smalspoor. Het werd de dochteronderneming van een bedrijf dat al in Amsterdam-Noord bestond. In 1921 waren de fabrieksgebouwen klaar en in 1923 kwam de eerste locomotief gereed. In 7 jaar tijd werden er 200 locs gebouwd. Bijna alle werden verscheept naar Nederlands Indië om daar op de suiker- en palmolieplantages aan de slag te gaan. Mede door de crisis ging het bedrijf failliet en werd de productie weer naar Noord overgebracht.

In de oorlog annexeerden de Duitsers het terrein en werd er enig oorlogsmateriaal geproduceerd.
Na 1945 nam Defensie het gebied over en werd het een opslag voor vliegtuigonderdelen en kleding. Een sergeant-majoor magazijnmeester, een sergeant magazijnmeester en 10 burgers onderhielden het complex. Uniformen werden verzorgd en gerepareerd en er gaat het verhaal dat ooit Prins Bernard er een uniform kreeg aangemeten.
Nadat het terrein bij Defensie in onbruik raakte, werd het in 1989 gekraakt door podiumkunstenaars en exploitanten van theatertenten. De rest is geschiedenis.
Het terrein is groot: 6,5 ha. Er staan diverse gebouwen en loodsen en het ligt in een prachtig bos aan het kanaal en de spoorlijn. Je ziet schepen tussen de bomen door voorbijvaren en je hoort de trein. Daar, in een hoek van een saai industriegebied, dichtbij ons dorp, ligt dus een boeiende culturele hotspot die vorig jaar de cultuurprijs van de stad Weesp heeft gewonnen. Hou de open dagen in de gaten en ga er heen! Een aanrader!

